Een huis vol hoop. Zo omschrijft Jacqueline Pirkelbauer, directeur van Child-Help Duitsland, haar eerste bezoek aan het Huis van de Hoop in Zanzibar. In haar persoonlijk en ontroerend reisverslag neemt ze ons mee naar een plek waar kinderen met spina bifida en hydrocefalie, samen met hun moeders, niet alleen medische zorg krijgen, maar ook iets even waardevols: perspectief, verbondenheid en hoop.
Wat op het eerste gezicht een confronterende realiteit lijkt, blijkt in de praktijk een warme gemeenschap waar niemand er alleen voor staat. Dankzij de inzet van lokale teams én de steun van betrokken donateurs krijgen deze kinderen de kans op een betere toekomst – precies waar Child-Help elke dag voor werkt.
Onlangs bezocht ik voor het eerst ons House of Hope in Zanzibar. Het was een ervaring die me diep heeft geraakt. Iemand vroeg me achteraf of dat bezoek niet erg triest was geweest. Tenslotte wonen daar kinderen die zwaar ziek zijn, sommigen met een onzekere toekomst. Maar mijn antwoord was heel duidelijk: nee. Het was geen triest bezoek. Het was een ontroerend, hoopvol en bijzonder menselijk bezoek.
Toen ik het Huis van de Hoop verliet, omhelsde ik Rwayda, de huismanager. Ik bedankte haar voor het uitzonderlijke werk dat zij en haar team elke dag verrichten, en had tranen in mijn ogen. Het waren tranen van ontroering. Tranen om de kracht, levensvreugde en waardigheid die deze kinderen uitstralen.
In het Huis van de Hoop zag ik hoe moeders, medewerkers en therapeuten elkaar ondersteunen, motiveren en opvangen. Dit huis is werkelijk wat zijn naam belooft: een huis vol hoop. Een plek waar mensen die wanhopig waren, opnieuw perspectief vinden. Hoop dat een kind kan genezen. Hoop dat een kind misschien leert stappen. Hoop dat een kind ooit naar school kan gaan. Maar families vinden hier vooral iets heel belangrijks: ze staan er niet alleen voor.
Rwayda is het hart van dit huis. Ze is een indrukwekkende vrouw: intelligent, efficiënt, empathisch, zorgzaam en vol passie voor haar werk. Rwayda is zelf mama van een vierjarige dochter met hydrocefalie. Ze weet uit eigen ervaring wat het betekent om een kind met deze diagnose op te voeden. Ze behandelt elk kind in het House of Hope alsof het haar eigen kind is, en elke moeder alsof ze deel uitmaakt van haar familie.
Natuurlijk heb ik ook veel van de kinderen leren kennen. De kleine Anuar (links op de foto) bijvoorbeeld spreekt nog niet en lacht niet veel, vermoedelijk heeft hij nog pijn na zijn operatie. Maar wanneer je tegen hem praat, verschijnt er een kleine glimlach op zijn gezicht.
Ik ontmoette ook een moeder die al vier maanden in het huis verblijft, omdat haar kind medisch nog niet stabiel is en meerdere operaties heeft moeten ondergaan. De weg naar huis is voor haar veel te ver – daarom blijft ze.
Een andere moeder is pas 18 jaar oud. Haar baby is drie maanden. Ze kwam vanuit het binnenland naar Zanzibar omdat de noodzakelijke operaties daar waar zij woont niet gratis zijn. In het ziekenhuis nabij het Huis van de Hoop krijgen kinderen deze levensnoodzakelijke operaties gratis, net als fysiotherapie, zorg en begeleiding door het team van het House of Hope. Maar dit alles – evenals medicatie, verbandmateriaal en voeding – moet gefinancierd worden met donaties.
Ze heeft spina bifida en kan niet stappen. Ze werd al twee keer geopereerd. Asfhaina is nieuwsgierig, vrolijk en vol levenslust. We hebben samen getekend – twee katten, een vogel en een zon. De zon had een lachend gezicht, net als zij. Haar tweede operatie is goed verlopen, de genezing vordert, maar ze heeft nog medicatie nodig, onder andere vanwege af en toe optredende epileptische aanvallen.
Wat me ook sterk heeft geraakt, is de fysiotherapie. Twee therapeuten werken daar met enorme toewijding en warmte. Ze weten hoe belangrijk beweging is voor de kinderen. Velen kunnen niet stappen, sommigen voelen hun benen of voeten niet. De therapie is zwaar, vraagt kracht en doorzettingsvermogen – en toch zijn de kinderen enorm gemotiveerd.
Ik denk terug aan Machir (rechts op de foto), een kleine jongen met een zeer groot waterhoofd. Maar ook met een enorme levenswil. Hij wilde elke oefening proberen en elk toestel gebruiken.
Child-Help laat deze kinderen en hun families niet in de steek. We begeleiden hen zo lang als nodig. En het belangrijkste: de ondersteuning heeft een blijvend effect. Kinderen die tientallen jaren geleden geholpen werden, zijn vandaag volwassenen, hebben een beroep geleerd – sommigen werken zelfs bij Child-Help.