Hydrocefalie: ontstaan en behandeling

Hydrocefalie (waterhoofd) ontstaat wanneer het hersenvocht niet goed kan wegvloeien. Een buisje (shunt) dat onder het schedelbot wordt geplaatst, kan het vocht afvoeren en zo schadelijke gevolgen en pijn voorkomen.

Wereldwijd komen er naar schatting jaarlijks ongeveer 600.000 tot 900.000 gevallen van hydrocefalie voor, waarvan de meeste in het zuidelijk halfrond.

Hydrocefalie (waterhoofd) ontstaat wanneer het vocht dat de hersenen continu produceren niet goed kan wegvloeien. We produceren allemaal elke dag meer dan een halve liter hersenvocht. Dit vocht omhult de hersenen en voorkomt dat deze bij bewegingen tegen het schedelplafond stoten en we een hersenschudding krijgen. Normaal gesproken komt het hersenvocht in onze bloedsomloop terecht. Ook als de afvoer op een bepaald punt door een obstructie wordt geblokkeerd, blijft het brein onophoudelijk meer vocht produceren.

Soorten (vereenvoudigd voorgesteld)

  • Angeboren (congenitale) hydrocefalie – al aanwezig bij de geboorte, vaak in combinatie met andere afwijkingen, zoals Spina bifida.
  • Verworven hydrocefalie – ontwikkelt zich later, bijvoorbeeld na infecties, hersenbloedingen (bijvoorbeeld veroorzaakt door een laag geboortegewicht) of tumoren.
  • Normale druk hydrocefalie (NPH) – chronische verwijding van de hersenvochtruimtes met gangstoornissen, cognitieve problemen en urine-incontinentie (komt meestal voor op latere leeftijd).

Gevolgen van een teveel aan hersenvocht

Bij kleine kinderen is de schedel nog elastisch. Als de afvoer geblokkeerd is, wordt er nog steeds hersenvocht geproduceerd en wordt het hoofd sterk vergroot. Hierdoor ontstaat een overdruk.

Als de druk op de hersenen te groot wordt, heeft dit ernstige gevolgen: het kan leiden tot hevige pijn, epileptische aanvallen, verlies van het gezichtsvermogen, ernstige ontwikkelingsstoornissen en in het ergste geval tot de dood. Getroffen kinderen lopen vaak belangrijke ontwikkelings- en leerkansen mis en kunnen bij latere behandeling blijvende schade oplopen.

Waarom komt hydrocefalie zo vaak voor in het zuiden van de wereld?

Hydrocefalie is een gevolg van spina bifida, maar is vaak ook te wijten aan andere oorzaken, zoals hersenbloedingen, infecties of tumoren.

In het Zuiden zijn de belangrijkste oorzaken onvoldoende behandeling van hersenvliesontsteking, hersenbloedingen als gevolg van een laag geboortegewicht of slechte hygiënische omstandigheden bij de geboorte. Een andere belangrijke factor is ondervoeding tijdens de zwangerschap, waardoor het lichaam van de aanstaande moeder en de baby niet voldoende foliumzuur binnenkrijgen.

Hoe kan hydrocefalie worden behandeld?

Hydrocefalie kan worden behandeld door het opgehoopte vocht in de hersenen af te voeren. Hiervoor wordt meestal een shunt, een kleine cilinder, in het hoofd geïmplanteerd, die het vocht onder de huid naar de membranen leidt. Het implanteren van een shunt is een vrij eenvoudige ingreep, maar er zijn risico’s op infecties, vooral in de landen van het zuidelijk halfrond. Een shunt kost gewoonlijk tussen de 800 en 1.600 euro. Child-Help gebruikt in de door ons ondersteunde projecten de zogenaamde Chhabra-shunt, die slechts 52 euro kost en in India wordt geproduceerd. Vergelijkende studies hebben aangetoond dat beide shunts even effectief zijn in hun toepassing.

Alternatieve methoden zijn Endoscopische Derde Ventriculocisternostomie (ETV) en Choroid Plexus Cauterization (CPC). Bij CPC wordt de productie van hersenvocht in de hersenen verminderd en bij ETV gaat het om een endoscopische ingreep waarbij een natuurlijke bypass binnen de wanden van de derde hersenkamer wordt aangebracht. Hierdoor kan het overtollige vocht naar beneden lopen en worden geabsorbeerd. Als de hydrocefalie wordt veroorzaakt door een blokkade, kan deze endoscopisch worden verwijderd. Om deze methode toe te passen, moet het absorptiemechanisme perfect functioneren. ETV is een veiligere en duurzamere methode, omdat er in tegenstelling tot de shuntvariant geen complicaties optreden.

Voor deze procedures stellen we apparatuur ter beschikking en leiden we lokale neurochirurgen op in het veilige gebruik ervan. Om praktische en economische redenen ligt onze huidige focus echter op shunts: de kennis over shunts is wijdverbreid, ze zijn relatief kostenefficiënt en stellen ons zo in staat om meer kinderen te bereiken.